Het bombardement op Rotterdam: het hart gebroken, de rug gerecht
Op 14 mei 1940 verandert Rotterdam voorgoed. In slechts dertien minuten wordt een groot deel van de historische binnenstad verwoest door een Duits bombardement. Bijna 80.000 Rotterdammers raken dakloos en honderden mensen komen om het leven. Toch vormt juist deze verwoesting de basis voor het moderne Rotterdam van vandaag.
Het Maritiem Museum staat midden in dit verhaal. Letterlijk gebouwd op de puinhopen van historisch Rotterdam, tussen twee monumenten die herinneren aan de Tweede Wereldoorlog. In het noorden ‘De verwoeste stad’ van Ossip Zadkine, dat staat voor het bombardement van mei 1940. In het zuiden ‘De boeg’ van Frederico Carasso, dat staat voor de herrijzenis van Nederland.
De dag die Rotterdam voorgoed veranderde
Nederland, en niet in de laatste plaats Rotterdam, blijkt in de meidagen van 1940 een onverwacht lastige hindernis voor nazi-Duitsland. Dat is tot dan toe uitgegaan van een snelle Nederlandse overgave waarna het vizier op België en Frankrijk kan worden gericht. Maar de Maasstad geeft zich niet zo gemakkelijk gewonnen. Vooral de Maasbruggen – in feite de toegang tot het ‘hart van Nederland’ met de residentie Den Haag – worden fel verdedigd. Niemand vermoedt op dat moment wat de stad – letterlijk – boven het hoofd hangt.
De ochtend van 14 mei 1940 kondigt een aangename zonnige lentedag aan. Vroeg in die morgen stijgen ongeveer negentig Heinkels 111 op van drie Duitse vliegvelden. Model 111 ‘P’ om precies te zijn: de variant met de gestroomlijnde glazen neus die de bemanning beter zicht geeft op de doelen op de grond… De bestemming: Rotterdam. Het plan: de stad dwingen tot overgave.
Een ultimatum
Het is een bijna misplaatste woordspeling, maar het bombardement op Rotterdam dat later die dag volgt, komt niet helemáál uit de lucht vallen. Wanneer de stad een taaie tegenstander blijkt, stelt de Duitse legerleiding een ultimatum: als Rotterdam zich niet overgeeft, wacht de stad eenzelfde lot als Warschau het jaar daarvoor. Dat is een horrorscenario. In september 1939 is diezelfde Heinkel 111 namelijk een van de belangrijkste hoofdrolspelers tijdens de bombardementen op de Poolse stad Warschau. Op 25 september van dat jaar regent het er in tien uur tijd bijna 650 ton aan bommen. Er vallen tienduizenden doden. Drie dagen later geeft de stad zich over en een week later capituleert Polen.
Slechte communicatie – en wellicht ongeloof van Nederlandse zijde? – leiden er op 14 mei toe dat dat horrorscenario werkelijkheid wordt. Als de eskaders Heinkels Rotterdam naderen, verschijnen boven het Noordereiland rode vuurpijlen. Voor de Duitse piloten het teken dat dát deel van de stad in Duitse handen is. Een deel van de vliegtuigen buigt daarom af en dropt zijn bommen boven de Hoekse Waard. Maar boven het centrum van de stad verschijnt niets. Ruim vijftig Heinkels vervolgen daarom hun koers. Rond half twee in de middag worden in minder dan een kwartier zes eeuwen tastbare Rotterdamse historie grotendeels weggevaagd. In dertien minuten valt 97.000 kilo brisantbommen op een gebied van ruim 250 hectare. Naar schatting 24.000 woningen worden verwoest, net als 32 kerken en twee synagogen. Ongeveer 80.000 Rotterdammers worden dakloos, zo’n duizend mensen komen om het leven.
Het bombardement op Rotterdam heeft het door het Duitse leger beoogde resultaat: de stad geeft zich nog diezelfde dag over. Als de nazi’s aangeven dat Utrecht de volgende stad op de lijst is, capituleert Nederland de dag erop.
Een grijs gebied
In het licht van de huidige tijd rijst natuurlijk de vraag: mócht dat nou allemaal zo maar? Mág je als oorlogvoerend land een stad met onschuldige burgers platgooien? Anders dan tegenwoordig (‘nee’), geeft het in die tijd geldende oorlogsrecht daarop geen eenduidig antwoord. Rotterdam is in de begindagen van mei 1940 een stad ‘onder militaire verdediging’ en mag als zodanig door de lucht worden aangevallen. Daar staat tegenover dat ‘zonder duidelijke waarschuwing vooraf, door het gebruik van buitenproportioneel geweld tegen burgerdoelen capitulatie wordt afgedwongen’. En dat mag binnen de destijds geldende regels dan weer niét. Daarmee bevindt het bombardement op Rotterdam zich in een oorlogsrechtelijk ‘grijs gebied’.
Datzelfde geldt overigens ook voor de geallieerde bombardementen op Duitse steden, zoals bijvoorbeeld Hamburg en Dresden. De laatste stad wordt op 13 en 14 februari 1945, met het einde van de Tweede Wereldoorlog in zicht, bestookt door naar schatting tweeduizend Amerikaanse en Britse bommenwerpers. In de vuurstorm als gevolg van de bombardementen wordt de historische binnenstad van Dresden in twee dagen zo goed als verwoest, naar schatting 25.000 mensen komen om het leven.
Puin als basis
In Rotterdam wordt de infrastructuur van de op dat moment nog relatief nieuwe Rotterdamse havens door de Duitse Luftwaffe gespaard. De stad is immers al meer dan een halve eeuw de belangrijkste haven van Duitsland. Dat klinkt misschien een beetje gek, maar de hoeveelheid goederen en grondstoffen die via Rotterdam Duitsland in- en uitgaan is zeer aanzienlijk en voor Duitsland van levensbelang. Bovendien kan de haven een belangrijke rol vervullen bij de later geplande aanval op het door nazi-Duitsland zo gehate Engeland – ook wel bekend als ‘operatie Seelöwe’. Een bewijs daarvan is te vinden in de fotocollectie van het Maritiem Museum: binnenvaartschepen voorzien van vliegtuigmotoren waarmee Duitse grondtroepen naar Engeland kunnen worden getransporteerd. Wie een beetje kijk heeft op de vaareigenschappen van een binnenvaartschip in relatie tot de omstandigheden op de Noordzee komt al gauw tot de slotsom: een slecht plan. Het is dan ook nooit uitgevoerd.
De moderne haven mag dan zo goed als ongeschonden uit de strijd komen, de oude havens van Rotterdam komen dat allerminst. Gelegen in het centrum worden ze, net als de bebouwing eromheen, zwaar getroffen. Sommige havens worden na de oorlog in ere hersteld, maar zijn daarna – omdat ze te klein zijn voor moderne schepen - relatief nog maar kort in gebruik als binnenvaarthaven. Na het bombardement verschuift het zwaartepunt definitief naar de havens ‘op Zuid’ en verder naar het westen.
Maar het hart mag dan gebroken zijn, de Rotterdamse rug wordt gerecht. Want de verwoesting van het oude stadshart betekent óók een grote stap naar het Rotterdam van de toekomst. Enorme hoeveelheden puin worden gebruikt om oude vaarwegen in het centrum van de stad te dempen, waarmee een begin wordt gemaakt met het moderne Rotterdam zoals we dat nog altijd kennen. Plannen die overigens al voor de Tweede Wereldoorlog op de gemeentelijke tekentafel liggen. Daarmee vormt de oude stad dankzij de verwoesting van het bombardement letterlijk de basis voor het naoorlogse, moderne Rotterdam.
Beelden en objecten rondom het bombardement op Rotterdam
In de collectie van het Maritiem Museum, én in bruikleen, bevinden zich bijzondere objecten en foto’s die dit verhaal zichtbaar maken:
De brandgrens in de stad, die laat zien waar de bommen vielen
Foto van het bombarement op 14 mei 1940
Het zakhorloge van havenmedewerker Matthijs Rotgans die geraakt werd door een kogel en daarna stilviel
Het brandende s.s. Statendam III aan de Wilhelminapier
Het Witte Huis die op wonderbaarlijke wijze gespaard is gebleven
De verwoeste Laurenskerk na 14 mei 1940
Brandgrenskaart
Brandgrensverlichting door de stad
Rotterdam tijdens het bombardement
Zakhorloge van havenmedewerker Matthijs Rotgans
Brandende s.s. Statendam III aan de Rotterdamse Wilhelminapier
Het Witte Huis die gespaard is gebleven
Rotterdam, de Laurenskerk na 14 mei 1940
Dresden: de Frauenkirche na 14 februari 1945